The Power Of Talent

Heeft u nog vragen?

Hier zijn de antwoorden!

Q & A VAR en wet DBA

Q & A De wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA)


Wat houdt de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) in?

De wet regelt de afschaffing van de VAR-verklaring voor zelfstandige opdrachtnemers. Met de afschaffing van de VAR, vallen we terug op de wet op loonbelasting van 1964.

Wanneer gaat de wet in?

De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) is op 2 februari 2016 door de Eerste Kamer aangenomen. De wet DBA is ingegaan per 1 mei 2016 en er geldt een implementatiefase van één jaar. Per 1 mei 2017 geldt de wet onverkort en zal de Belastingdienst (risicogericht) handhaven.

In de implementatiefase waarin de nieuwe wet in principe wel nageleefd dient te worden zal de Belastingdienst echter niet actief controleren en naheffen.

Indien na deze implementatiefase blijkt dat er niet volgens de nieuwe regels gewerkt wordt, heeft de Belastingdienst de mogelijkheid om alsnog na te heffen, met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2016.

Waarom is de VAR afgeschaft?

Het juiste gebruik van de VAR is voor de overheid niet te controleren. Op grond van de VAR mag de Belastingdienst alleen controleren bij de zelfstandige zelf.

Per jaar zijn dat maximaal 1500 controles. Indien blijkt dat de VAR op onjuiste gronden is afgegeven, dan zijn (fiscale) gevolgen alleen voor de zelfstandige en niet voor de opdrachtgever.

De overheid vindt dat opdrachtgevers hier hun verantwoordelijkheid in moeten nemen. Door het afschaffen van de VAR kan de Belastingdienst ook bij de opdrachtgever controleren en eventueel een naheffing doen.

Wat betekent het voor een opdrachtgever dat de VAR is afgeschaft?

Vóór het vrijwarende ‘VAR- tijdperk’ (voor 2005) gebeurde het regelmatig dat de Belastingdienst of het UWV stelde dat de relatie tussen de opdrachtgever en de zzp’er gezien moest worden als een dienstbetrekking. Dit was of een privaatrechtelijke dienstbetrekking of een fictieve dienstbetrekking.

Een privaatrechtelijke dienstbetrekking draait om de vraag of er sprake is van gezag, arbeid en loon. Is er geen privaatrechtelijke dienstbetrekking dan kan er nog een fictieve dienstbetrekking zijn. De belangrijkste is de fictieve dienstbetrekking voor gelijkgestelden.

Hiervan is sprake indien er persoonlijke arbeid wordt verricht voor ten minste 2 dagen per week tegen minimaal 40% van het minimumloon, gedurende minimaal een maand en er geen sprake is van zelfstandigheid.

Een andere belangrijke fictie, is de tussenkomstfictie. Werkt een zelfstandige via een intermediair dan is er per definitie een fictieve dienstbetrekking.

Is er sprake van een dienstbetrekking dan is er een inhoudingsplicht voor loonbelasting/ premie volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen. Met het afschaffen van de VAR en invoering van de wet DBA loopt de opdrachtgever en intermediair dus weer het risico op naheffingen.

Is het onderscheid tussen een ondernemer en een werknemer zo lastig te maken?

Ja, op grond van de (verouderde) wetgeving is dat heel lastig en kan een zzp’er al heel snel gezien worden als werknemer.

Omdat een zzp’er op persoonlijke basis wordt ingehuurd, niet op resultaat wordt afgerekend (maar op uurbasis factureert) en er mogelijk sprake is van leiding en toezicht door de opdrachtgever. Talloze rechtszaken zijn hierover gewonnen door de Belastingdienst en het UWV.

Gevolg is dat de opdrachtgevers met grote naheffingen en boetes geconfronteerd werden. Het ging daarbij niet alleen om duidelijke schijnconstructies in bepaalde sectoren maar ook om interim managers, projectleiders en ICT-professionals. Dit is dan ook de reden geweest voor de overheid om de VAR in te voeren. De noodzaak werd door de politiek aangevoeld en de VAR werd als effectief middel ingevoerd.

Hoe kan een opdrachtgever toch de risico’s beheersen?

Om de opdrachtgever enigszins te helpen heeft de overheid het concept van de modelovereenkomst geïntroduceerd.

Dit is geen wet, maar betreft een zogenaamde ruling met de Belastingdienst. De ruling houdt in dit geval in dat opdrachtgevers standaard overeenkomsten die zij hanteren voor zzp’ers, kunnen voorleggen aan de Belastingdienst, zodat die een oordeel kan geven over de overeenkomst.

Wordt de overeenkomst goedgekeurd dan geeft dit een vrijwaring voor de opdrachtgever.

Echter, indien bij een controle van de Belastingdienst blijkt dat in de praktijk niet volgens de overeenkomst wordt gewerkt dan vervalt de vrijwaring.

Wat is een modelovereenkomst?

Ook wel voorbeeldovereenkomst genoemd. Een overeenkomst die goedgekeurd is en gepubliceerd is door Belastingdienst. Gepubliceerde overeenkomsten zijn te vinden op de website van de Belastingdienst.

Het werken volgens een voorbeeldovereenkomst geeft opdrachtgever en zzp’ers vrijwaring met betrekking tot een eventuele inhoudingsplicht voor loonheffingen en premies werknemersverzekeringen.

Kan een intermediair ook met een modelovereenkomst werken?

Ja, er is een speciale overeenkomst voor tussenkomst door de Belastingdienst goedgekeurd.

De Bovib (branchevereniging voor intermediairs en brokers waarvan Harvey Nash een van de medeoprichters is en zitting heeft in het bestuur) is nog niet tevreden met deze overeenkomst. Belangrijkste knelpunt is dat er in de overeenkomst een algemeen artikel staat dat er geen sprake is van leiding en toezicht.

Dit is dermate breed geformuleerd dat dit weinig houvast geeft om daar in de praktijk op een juiste manier aan te voldoen. Een ander probleem is dat de duur van het contract gemaximeerd wordt en dat de opdracht niet ‘te lang’ mag duren. Het is onduidelijk wat een ‘te lange opdracht’ is in de ogen van de Belastingdienst.

De Bovib wil daarom een eigen overeenkomst voor tussenkomst goedgekeurd krijgen, zodat de grijze gebieden rondom de vrijwaring kunnen worden weggenomen.

Moeten opdrachtgevers en ZZP-ers alles voor 1 mei 2016 geregeld hebben?

Nee, ZZP-ers en opdrachtgevers krijgen tot 1 mei 2017 de tijd om te bepalen of het nodig is om met een modelovereenkomst te werken. Ook hebben zij de tijd om te bepalen welke modelovereenkomst past bij de manier waarop zij werken. Tot 1 mei 2017 geeft de Belastingdienst voorlichting en hulp bij de invoering van de nieuwe werkwijze.

Voor ZZP-ers en hun opdrachtgevers geldt dit jaar wel een inspanningsverplichting: zij moeten beiden actief bezig zijn de arbeidsrelatie zodanig vorm te geven dat de ZZP-er niet in loondienst werkt. Bijvoorbeeld door aantoonbaar met elkaar in gesprek te zijn over het gebruik van een modelovereenkomst en over eventuele aanpassingen in de werkwijze die daarvoor nodig zijn.

Wat doet Harvey Nash gedurende het implementatiejaar?

Sinds 1 mei 2016 werkt Harvey Nash voor nieuwe opdrachten van ZP'ers, voorlopig met de gepubliceerde goedgekeurde modelovereenkomst voor tussenkomst (met kenmerk 9015550000-09-2). Deze overeenkomst wordt gebruikt totdat de Bovib-modelovereenkomst is goedgekeurd door de Belastingdienst.

Zodra de Bovib-modelovereenkomst is goedgekeurd neemt Harvey Nash die in gebruik. Op deze manier voldoen wij vanaf 1 mei 2016 aan de eisen van de Belastingdienst ten einde naheffing te voorkomen over het transitiejaar (van 1 mei 2016 tot 30 april 2017). En alle betrokkenen kunnen op deze manier direct al ervaring opdoen met de aangepaste processen.

DBA-proof

Er is meer nodig om volledig DBA-proof te kunnen werken. Zo dient een dienstverband uitgesloten te zijn. Om dit te kunnen bepalen is er binnen Harvey Nash een nieuwe werkmethode ontwikkeld.

Onderdeel van deze methode is dat de input van de ZP'er, waaronder de ondernemerscheck van de Belastingdienst, de input van de opdrachtgever en de analyse van Harvey Nash benodigd zijn om vast te stellen of er wel/geen sprake zou kunnen zijn van een dienstverband.

Indien uit onze scan blijkt dat er niet gewerkt kan worden via een modelovereenkomst dan zoeken wij met de opdrachtgever en ZP'er naar een gepaste oplossing (bijvoorbeeld dat een opdracht op basis van een arbeidsovereenkomst met Harvey Nash wordt uitgevoerd).

Voor bestaande opdrachten van ZP’ers zijn wij in overleg met onze opdrachtgevers over de implementatie. Harvey Nash en de opdrachtgevers stellen een zogenaamd transitieplan op, waarbij per ingehuurde ZP-er in kaart wordt gebracht of en wanneer een ZP’er over kan gaan op een modelovereenkomst.

Hiervoor zal ook input vanuit de ZP-er noodzakelijk zijn. De deadline is gesteld om deze transitie uiterlijk 31 december 2016 afgerond te hebben. Wanneer een inzet verlengd wordt, ontvangt de betreffende ZP’er dus voorlopig nog geen modelovereenkomst maar een brief met de bevestiging van de verlenging van het contract, waarin ook de afspraken met betrekking tot de implementatiefase worden bekrachtigd.

Hiermee wordt voldaan aan de door de Belastingdienst vereiste inspanningsverplichting.