Nederland Blog

Harvey Nash schrijft over actualiteiten en ontwikkelingen

2016 Archive

DBA debat

Het in de Tweede Kamer gevoerde debat over de wet DBA heeft weinig tot niets opgeleverd. Voorstellen vanuit de Kamer om snel een tussenoplossing te introduceren, bijvoorbeeld door te stellen dat opdrachten boven een bepaald tarief 'DBA proof' zijn, werden door de Staatsecretaris van de hand gewezen. Hij wil geen overhaaste stappen zetten in het aanpassen van de wet DBA, want dat zou leiden tot nog meer onrust. Het kabinet blijft eraan vasthouden dat het niet uitdelen van boetes voldoende zekerheid aan opdrachtgevers moet bieden om toch weer zelfstandige professionals in te huren. Echter wat kwaadwillendheid nu wel of niet is, is door het debat niet duidelijker geworden.

Wat wel duidelijk is geworden is dat de aangekondigde herijking van de begrippen leiding&toezicht en vrije vervanging niet voor de verkiezingen zal worden afgerond. Voorlopig hoeven we hier dus niets van te verwachten. Tevens zal na de verkiezingen het politieke veld er waarschijnlijk erg anders uitzien. Het is daarmee maar zeer de vraag wat er met het ZZP-dossier gaat gebeuren.

Harvey Nash blijft ook na dit debat van mening dat wij moeten voldoen aan de wet DBA en dat daarbij een inspanningsverplichting hoort om DBA proof in te huren. Harvey Nash informeert haar klanten en de zelfstandige professionals op korte termijn over hoe haar beleid voor 2017 wordt ten aanzien van de wet DBA. Dit beleid wordt natuurlijk met de klanten nader ingevuld.

Klik hier voor een kort verslag over het debat van donderdag 8 december jongstleden.

Bovib modelovereenkomst

Afgelopen vrijdag, 9 december 2016, heeft de Bovib een brief van de Belastingdienst ontvangen dat de door de Bovib voorgelegde modelovereenkomst is goedgekeurd. De modelovereenkomst zal gepubliceerd worden onder het nummer 904168035 en is te gebruiken voor partijen die werken volgens het tussenkomstmodel. Het belangrijke verschil met de algemene modelovereenkomst voor tussenkomst is het feit dat de context waarin professionals opdrachten uitvoeren duidelijker is gemaakt, met name met betrekking tot de aspecten leiding&toezicht en persoonlijke arbeid. Daarmee sluit de overeenkomst al beter aan op de bevindingen van de commissie Boot en loopt daarmee enigszins vooruit op de door de Staatssecretaris aangekondigde herijking van deze begrippen.

Tevens is het voorkomen van de fictieve dienstbetrekking op grond van tussenkomst anders ingevuld. In plaats van de bepaling dat de opdracht van de professional niet langer mag zijn dan te doen gebruikelijk, is een ander criterium opgenomen, namelijk het vereiste van economische zelfstandigheid. Wanneer een zelfstandige professional voor het verwerven van opdrachten en opbrengsten te zeer afhankelijk is van de intermediair, dan is dat een belangrijke indicatie voor het ontbreken van de vereiste economische zelfstandigheid. Het is aan de intermediair de taak om deze afhankelijkheid te voorkomen. De Bovib neemt de exacte invulling van deze verantwoordelijkheid op in haar keurmerk.

Klik hier om het persbericht van de Bovib te lezen over de goedekeurde Bovib modelovereenkomst.

Vanuit zelfstandigheid naar loondienst

Naar verwachting zal een groep ZP-ers niet meer voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de wet DBA. Dit omdat er geen sprake is van een concreet begin en eind van de opdracht, te veel leiding en toezicht vanuit de opdrachtgever of omdat men simpelweg te lang in contract is. In dergelijke gevallen kan het wenselijk zijn dat de ZP-er de werkzaamheden toch voortzet, maar dan vanuit een loondienstverband. Dit kan een dienstverband zijn bij de opdrachtgever, bij Harvey Nash of bij een derde. Het is wel verstandig hier zorgvuldig mee om te gaan, omdat er een risico aan vast kan zitten. Dit risico is gebaseerd op de vraag of de duur van de bij de opdrachtgever vanuit zelfstandigheid verrichte werkzaamheden meetellen als opgebouwd arbeidsverleden ten aanzien van de nieuwe arbeidsovereenkomst. Oftewel telt dit arbeidsverleden mee zodat er niet sprake is van een tijdelijke arbeidsovereenkomst maar van een vast contract en wat zijn de opgebouwde rechten op transitievergoeding, vakantiegeld/vakantiedagen en pensioen?

Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Primair geldt dat de duur van de overeenkomst van opdracht met een ZP-er niet meetelt. Echter indien achteraf blijkt dat deze overeenkomst feitelijk een arbeidsovereenkomst was, dan zou een rechter daar anders naar kunnen kijken. Per ZP-er zal op basis van de individuele feiten en omstandigheden beoordeeld moeten worden of het arbeidsverleden meetelt. Omdat Harvey Nash op basis van haar DBA-Scan deze feiten en omstandigheden beoordeeld, wordt duidelijk of:
1. Er sprake is van echte dienstbetrekking (op basis van de feiten en omstandigheden m.b.t. vrije vervangbaarheid en de gezagsverhouding).
2. Er sprake is van een fictieve dienstbetrekking o.g.v. tussenkomst (op basis van de feiten en omstandigheden die bepalen of er wel/geen sprake is van langdurige economische afhankelijkheid).

Indien uit onze beoordeling volgt dat situatie 1 van toepassing, is het voor Harvey Nash te risicovol om een arbeidsovereenkomst aan te gaan met de professional. Argument hierbij is dat de feiten en omstandigheden vóór de inwerktreding van de Wet DBA niet anders zijn dan na inwerktreding van de Wet DBA. Oftewel als we nu bepalen dat er sprake is van gezag en persoonlijke arbeid, dan is dat daarvoor (waarschijnlijk) ook altijd zo geweest.

Indien uit onze beoordeling volgt dat situatie 1 niet van toepassing is, maar situatie 2 wel, dan is er naar mening van Harvey Nash sprake van een nieuw feit. Het gaat er dan met name om dat de werkzaamheden te lang hebben geduurd om te kunnen spreken van ondernemerschap (langdurige economische afhankelijkheid). In dit soort situaties vindt Harvey Nash het risico acceptabel om een arbeidsovereenkomst aan te gaan. Wel dienen hierover afspraken te worden gemaakt met de opdrachtgevers. De vraag die dan nog overblijft is of de ZP-er het zelf ziet zitten om vanuit een loondienstverband te werken.

De positie van de DGA in de wet DBA

Harvey Nash krijgt regelmatig de vraag voorgelegd of een zelfstandige opdrachtnemer die werkt vanuit een eigen B.V. ook onder de wet DBA valt. Vaak wordt gedacht dat niet zo is, waarbij als argument gebruikt wordt "ik ben geen ZZP-er, maar in loondienst van mijn B.V. en ik draag zelf de loonheffingen af'. Helaas gaat die vlieger niet op en dient bij de inhuur van een directeur-grootaandeelhouder (dga) van een B.V. er ook rekening gehouden te worden met de gevolgen van de Wet DBA. Voor dga's was er een speciale VAR, waarmee het risico op een naheffing werd weggenomen. De wet DBA heeft de VAR afgeschaft, dus het risico is weer terug.

Dit risico ligt niet primair in de loonbelasting en de premies volksverzekeringen (die draagt de dga inderdaad zelf af), maar in de werknemersverzekeringen. Een dga is niet verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Dus indien de Belastingdienst bij een controle de werkrelatie tussen de opdrachtgever en de dga aanmerkt als een dienstverband, dan vindt er een naheffing van deze werknemersverzekeringen plaats. De Belastingdienst licht hun standpunt toe in het volgende filmpje, klik hier.

Het is overigens in principe niet van belang of de dga samen met andere dga's vanuit één werkmaatschappij opdrachten verricht. Het risico zou wel kleiner kunnen zijn omdat er duidelijker sprake is van ondernemerschap. Echter het contracteren op basis van een modelovereenkomst en het toetsen op het ontbreken van een dienstbetrekking (gezag, arbeid, loon) blijft noodzakelijk.

DBA: de waarde van een goede opdrachtomschrijving

Iedereen lijkt te zijn overtuigd dat het goed omschrijven van de opdracht van een ZP-er uitermate belangrijk is om risico's te gaan uitsluiten. Immers een zelfstandige professional wordt gecontracteerd op basis van een overeenkomst van opdracht. Dit is een wettelijk benoemde overeenkomst (BW:7:400) die het verrichten van arbeid regelt, naast de twee andere vormen (de arbeidsovereenkomst en de overeenkomst tot aanneming van werk). Het is daarbij essentieel (en de naam van de overeenkomst duidt hier al op) dat er sprake is van een concrete opdracht. Naarmate de aanduiding van de opdracht gesloten is (een duidelijk begin en einde heeft), herkenbaar is en een specifiek karakter heeft, wordt het duidelijk dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Daarnaast is het bij een specifieke opdrachtomschrijving meer dan aannemelijk dat aanwijzingen en instructies (leiding & toezicht) minder aan de orde zullen zijn.

Voor iedereen is het een uitdaging om een goede opdrachtomschrijving te maken. In het VAR-tijdperk is hier nagenoeg geen aandacht aan besteed. Meestal werd in een contract een functie benoemd en werd een algemene omschrijving van de werkzaamheden opgenomen (b.v. tester - testwerkzaamheden). Ook het aanvraagproces van de klant en de bijbehorende tooling (VMS) is gericht op het vastleggen van de gevraagde functie en de bijbehorende deskundigheid.

Harvey Nash adviseert opdrachtgevers in hun sourcingsproces alvast rekening te houden met de Wet DBA. Hiermee wordt geborgd dat vooraf duidelijk is of een inhuurbehoefte ingevuld kan worden met de inzet van een ZP-er. Tevens wordt de inhuurbehoefte duidelijk geformuleerd (in de vorm van een goede opdrachtomschrijving) en zijn de randvoorwaarden duidelijk (b.v. de maximale duur). Onze Quick Aanvraag Scan toetst op hoofdlijnen (op basis van een beslisboom) of de inhuurbehoefte met een ZP-er ingevuld kan worden en komt via vijf stappen tot een opdrachtomschrijving. De aanvraag wordt DBA-proof in de markt uitgezet , waardoor de leveranciers van de opdrachtgever weten dat zij op de aanvraag ZP-ers kunnen voorstellen. Bijkomend voordeel is dat de aanvraag goed gekwalificeerd wordt, wat ook kwaliteits- en efficiencyvoordelen met zich meebrengt (leveranciers hebben meer informatie om gerichter te zoeken naar kandidaten).

Bovib modelovereenkomst

Sinds eind januari ligt de Bovib modelovereenkomst ter goedkeuring bij de Belastingdienst. Sindsdien is er veelvuldig contact geweest om tot overeenstemming te komen. Er is met name een flinke discussie geweest omtrent het vinden van een oplossing ten aanzien van het voorkomen van  de fictieve dienstbetrekking. De Bovib heeft diverse oplossingen voorgesteld en uiteindelijk is er overeenstemming bereikt. Er ligt nu zo als dat wordt genoemd een onderhandelingsresultaat op tafel. Het wachten is nu nog op de modelovereenkomst die via het formele proces binnen de Belastingdienst wordt afgestempeld. De verwachting is dat dit  in oktober 2016 wordt afgerond. Binnenkort hoort u uiteraard meer over de Bovib modelovereenkomst. Tevens is het goed om te weten dat de Bovib ook de relatie tussen de klant en de intermediair via een template 'mantelovereenkomst' heeft voorgelegd aan de Belastingdienst. Dit is met name nuttig  voor hoe de driepartijen relatie wordt vormgegeven en welke verplichtingen partijen over en weer hebben (o.a. ter voorkoming van een dienstverband). De komende tijd is het ook zaak dat de overeenkomst tussen Harvey Nash en haar klanten DBAproof wordt. De Bovib modelovereenkomst kan hierin een goede houvast zijn om afspraken vorm te geven.

DBA debat: de Wet DBA blijft

29 september jongstleden debatteerde de Kamer over de Wet DBA. De Tweede Kamer had op dit spoeddebat aangedrongen. De Kamer was dan ook erg ongerust over de voortgang ten aanzien van de goedkeuring van de modelovereenkomsten (slechts 8% goedgekeurd) en de berichten dat veel ZZP-ers hun opdracht kwijt dreigen te raken. D66 riep op tot afschaffing van de wet en een teruggang naar de VAR. Ook de VVD sprak over een chaos met betrekking tot de modelovereenkomsten.

Het debat heeft niet veel opgeleverd. Wiebes wilde vooral debatteren over de voortgang van de Wet DBA en gaf aan dat bijna alles volgens plan verloopt. De Kamer wilde over de principes van de wet praten en meer duidelijkheid krijgen over hoe termen als gezag en persoonlijke arbeid gehanteerd dienen te worden of wat nu de rol van de status van een ondernemer is. Wiebes heeft nogmaals aangegeven dat hij daar niet over gaat. Tevens hadden deze fundamentele vragen naar voren moeten komen bij de behandeling en het aannemen van de wet. Immers deze vragen leveren de onduidelijkheid op, niet het aantal goedgekeurde modelovereenkomsten.
Tijdens de stemming op 4 oktober jongstleden werden de moties verworpen die het fundament van de Wet DBA wilden aanpassen. Ook een motie om direct naar de VAR terug te keren werd verworpen. De enige uitkomsten van het debat zijn dat er in december een nieuwe voortgangsrapportage komt. Oftewel de Wet DBA is er; de Wet DBA blijft er.

Harvey Nash blijft zich daarom uiterst inspannen om samen met haar opdrachtgevers dit jaar nog DBA-proof te gaan inhuren.

Bron: www.ZiPconomy.nl

DBA-Proof werken

DBA-proof werken.jpg


In de praktijk!


Wij doen er alles aan om ZP'ers die via Harvey Nash werken te ontzorgen en DBA-proof hun werkzaamheden uit te laten voeren bij onze opdrachtgevers.

 

Per 1 mei 2016 is de VAR vervangen door de wet DBA. Dit betekent dat de VAR vervangen wordt door een werkwijze met modelovereenkomsten. Tot 1 mei 2017 geldt er een implementatiefase. In deze periode hebben alle partijen de tijd om over te gaan op een modelovereenkomst en de daarbij behorende werkwijze. In deze periode bestaat er geen risico op naheffingen, mits aangetoond kan worden dat men bezig is met de implementatie van een modelovereenkomst. Dit noemen wij de inspanningsplicht. Op de website van de Belastingdienst kunt u hierover meer informatie vinden.

Sinds 1 mei jongstleden werkt Harvey Nash voor nieuwe opdrachten van ZP'ers, voorlopig met de gepubliceerde goedgekeurde modelovereenkomst voor tussenkomst (met kenmerk 9015550000-09-2). Deze overeenkomst wordt gebruikt totdat de Bovib-modelovereenkomst is goedgekeurd door de Belastingdienst. Zodra de Bovib-modelovereenkomst is goedgekeurd neemt Harvey Nash die in gebruik. Op deze manier voldoen wij vanaf 1 mei 2016 aan de eisen van de Belastingdienst ten einde naheffing te voorkomen over het transitiejaar (van 1 mei 2016 tot 30 april 2017). En alle betrokkenen kunnen op deze manier direct al ervaring opdoen met de aangepaste processen.

DBA-proof
Er is meer nodig om volledig DBA-proof te kunnen werken. Zo dient een dienstverband uitgesloten te zijn. Om dit te kunnen bepalen is er binnen Harvey Nash een nieuwe werkmethode ontwikkeld. Onderdeel van deze methode is dat de input van de ZP'er, waaronder de ondernemerscheck van de Belastingdienst, de input van de opdrachtgever en de analyse van Harvey Nash benodigd zijn om vast te stellen of er wel/geen sprake zou kunnen zijn van een dienstverband. Indien uit onze scan blijkt dat er niet gewerkt kan worden via een modelovereenkomst dan zoeken wij met de opdrachtgever en ZP'er naar een gepaste oplossing (bijvoorbeeld dat een opdracht op basis van een arbeidsovereenkomst met Harvey Nash wordt uitgevoerd).

 

Voor bestaande opdrachten van ZP'ers zijn wij in overleg met onze opdrachtgevers over de implementatie. Harvey Nash en de opdrachtgevers stellen een zogenaamd transitieplan op, waarbij per ingehuurde ZP-er in kaart wordt gebracht of en wanneer een ZP'er over kan gaan op een modelovereenkomst. Hiervoor zal ook input vanuit de ZP-er noodzakelijk zijn.  De deadline is gesteld om deze transitie uiterlijk 31 december 2016 afgerond te hebben. Wanneer een inzet verlengd wordt, ontvangt de betreffende ZP'er dus voorlopig nog geen modelovereenkomst maar een brief met de bevestiging van de verlenging van het contract, waarin ook de afspraken met betrekking tot de implementatiefase worden bekrachtigd. Hiermee wordt voldaan aan de door de Belastingdienst vereiste inspanningsverplichting.

 

Goed geregeld!

Onze collega's weten precies wat er nodig is om volgens de nieuwe standaard te werken en te voldoen aan de eisen van de Belastingdienst. Wij zorgen ervoor dat samen met alle betrokken partijen alle benodigde input volledig is, zodat iedereen zich kan focussen op zijn/haar kerntaken.

 

Wet DBA in de praktijk

Boeken_iStock_000046282572_Medium.jpg

Wet DBA in de praktijk

Zowel voor de opdrachtgever als de zelfstandig professional (ZP'er) verdiept Harvey Nash zich in de wet DBA om ervoor te zorgen dat alle partijen een duidelijke en transparante werkwijze wordt aangereikt. Een manier die werkbaar moet zijn en waarbij de wet DBA wordt nageleefd volgens duidelijke afspraken die worden overeengekomen in een goede modelovereenkomst. In principe willen wij gebruik maken van de Bovib modelovereenkomst. Dit is de overeenkomst die door deze branchevereniging voor intermediairs en brokers is voorgelegd aan de Belastingdienst. De overeenkomst biedt meer zekerheden dan de overeenkomsten die reeds door de Belastingdienst gepubliceerd zijn. De gepubliceerde overeenkomsten zijn vaag en algemeen (m.b.t. leiding en toezicht en de maximale duur van de opdracht), wat in onze ogen veel risico's met zich meebrengt. Je kunt het vergelijken met het rijden op een snelweg waarbij niet aangegeven is hoe hard je mag rijden. Pas zodra de bekeuring binnenkomt, blijkt hoe hard je mocht rijden! In de diverse uitingen van de Belastingdienst (zoals de brief die recent naar alle ZP'ers is gestuurd) stelt de Belastingdienst steeds dat met de afschaffing van de VAR, alles blijft zoals het was. Iedereen die voor de inwerktreding van de wet DBA zelfstandige is, is dat na de inwerktreding ook. Dit is niet (altijd) waar en onbegrijpelijk. Omdat de Belastingdienst niet duidelijk is over wat wel c.q. geen leiding en toezicht is en wanneer een opdracht te lang duurt, loopt een ZP'er het risico in een dienstverband te werken met alle (financiële) gevolgen van dien. Daarom wil de Bovib de afspraken met de Belastingdienst wel SMART maken. Om tot een goede werkbare modelovereenkomst te komen, is er de afgelopen periode veel overleg geweest met de Belastingdienst en heeft de Bovib een voorstel voor een modelovereenkomst ingediend. Deze is nog niet door de Belastingdienst goedgekeurd, overleg is nog in volle gang.

 

De implementatiefase

Per 1 mei 2016 gaat de wet DBA in, waardoor de VAR voor ZP'ers vervangen wordt door een werkwijze met modelovereenkomsten. Tot 1 mei 2017 geldt er een implementatiefase. In deze periode hebben alle partijen de tijd om over te gaan op een modelovereenkomst en de daarbij behorende werkwijze. In deze periode bestaat er geen risico op naheffingen, mits aangetoond kan worden dat men bezig is met de implementatie van een modelovereenkomst. Dit noemen wij de inspanningsplicht. Op de website van de Belastingdienst kunt u hierover meer informatie vinden.

 

De inspanningsplicht

Wij zijn in overleg met onze opdrachtgevers over de implementatie. Harvey Nash en de opdrachtgevers stellen een zogenaamd transitieplan op, waarbij per ingehuurde ZP'er in kaart wordt gebracht of en wanneer een ZP'er over kan gaan op een modelovereenkomst. Hiervoor zal ook input vanuit de ZP'er noodzakelijk zijn. Harvey Nash stelt als deadline om deze transitie uiterlijk 31 december 2016 afgerond te hebben.

 

Nieuwe inzet ZP'er

ZP'ers die beginnen aan een nieuwe opdracht via Harvey Nash, ontvangen van ons voorlopig nog geen modelovereenkomst (in afwachting van de goedkeuring van de Bovib modelovereenkomst). In het contract is wel een artikel over de wet DBA opgenomen, met daarin afspraken over de implementatiefase.

 

Verlenging inzet ZP'er

Wanneer een inzet verlengd wordt, ontvangt de betreffende ZP'er een brief met de bevestiging van de verlenging van het contract, waarin ook de afspraken met betrekking tot de implementatiefase worden bekrachtigd.

 

Vragen?!

Wij snappen dat de wet DBA een hoop vragen op kan roepen. Wij blijven op regelmatig basis communiceren om alle betrokken partijen voldoende te informeren over alle ontwikkelingen. Mochten er tussentijds toch vragen zijn, neem dan gerust contact op met uw contactpersoon bij Harvey Nash.

 

De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties

De nieuwe wet DBA (click here for English)

De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) is op 2 februari jl. door de Eerste Kamer aangenomen. Het heeft dan ook geen zin meer om nog verder te filosoferen over het nut en de noodzaak van deze wet. Opdrachtgevers, intermediairs en zelfstandige professionals (ZP'ers) moeten ermee aan de slag. De vraag is wat moeten we doen en wanneer?

 

Wat betekent dit?

Met ingang van 1 mei 2016 vervalt de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) en treedt de nieuwe wet DBA in werking. Concreet betekent dit dat met betrekking tot nieuwe opdrachten ZP'ers op basis van een nieuwe werkwijze gecontracteerd moeten worden, die voldoet aan de wet DBA. Om vooraf risico's uit te sluiten en zekerheid te hebben over de arbeidsrelatie tussen de ZP'er en de opdrachtgever is het van belang dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en dat een ZP'er niet werkzaam is onder enige vorm van leiding en toezicht. Om deze duidelijkheid te creëren voor zowel de ZP'ers, de opdrachtgevers als de intermediairs kan er gebruik worden gemaakt van een modelovereenkomst die is goedgekeurd door de Belastingdienst. Voor opdrachtgevers met ingehuurde ZP'ers die hun werkzaamheden voortzetten vanaf 1 mei 2016, moet een transitieplan komen waarmee duidelijk wordt wánneer en welke ZP'ers overgaan op een modelovereenkomst.

 

Vanaf 1 mei 2016

De wet gaat in op 1 mei 2016 maar er geldt een implementatiefase van één jaar. In dit jaar zal er een terughoudend handhavingsbeleid zijn en zal de Belastingdienst organisaties helpen bij de implementatie. Per 1 mei 2017 geldt de wet onverkort en zal de Belastingdienst (risicogericht) handhaven. Harvey Nash adviseert haar opdrachtgevers om zo snel mogelijk een werkwijze te implementeren op grond van modelovereenkomsten.

 

Welke modelovereenkomst?

De Belastingdienst heeft op dit moment 26 overeenkomsten op haar website gepubliceerd. Dit zijn individuele overeenkomsten (functie specifiek), branche specifieke voorbeeldovereenkomsten en algemene modelovereenkomsten. Deze gepubliceerde modelovereenkomsten zijn in onze ogen niet toereikend, waarom lees je op onze website. Er is ook een modelovereenkomst voor tussenkomst. Deze overeenkomst is specifiek bedoeld voor de inhuur van een ZP'er via een intermediair. Hierin staat óók de problematische bepaling dat er geen sprake zal zijn van leiding en toezicht. Tevens is een extra toets opgenomen om een fictieve dienstbetrekking op grond van tussenkomst te voorkomen. Deze toets is te vaag. Er wordt namelijk onder andere gesteld dat de inzet van de ZP'er, gezien de aard van de werkzaamheden, niet langer mag zijn dan "te doen gebruikelijk".

 

De modelovereenkomst van de branch-organisatie voor intermediairs en brokers

Om de implicaties van de situatie van inhuur via tussenkomst beter af te kaderen, heeft de Bovib onlangs aan de Belastingdienst een modelovereenkomst voorgelegd waarover uiterlijk 1 april 2016 uitsluitsel wordt gegeven. Harvey Nash heeft als bestuurslid en materiedeskundige een grote inbreng gehad in de totstandkoming van deze overeenkomst. De voorgelegde modelovereenkomst biedt een duidelijke afbakening van leiding en toezicht, rekening houdend met de praktische omstandigheden waaronder ZP'ers worden ingehuurd. Een voorbeeld hiervan is dat de ZP'er niet met zijn eigen laptop kan werken omdat dit in de praktijk in verband met security vereisten veelal niet mogelijk is.

 

Beheersmaatregelen
Het afsluiten van een modelovereenkomst is niet voldoende. Er moet geborgd worden dat de praktijk aansluit bij wat in de overeenkomst is bepaald. Hiervoor is een proces nodig, bestaande uit een regelmatige toetsing en de juiste dossiervorming door de intermediair. Indien bijvoorbeeld in de overeenkomst is opgenomen dat de ZP'er over een aansprakelijkheidsverzekering moet beschikken, is het verstandig om als intermediair in het dossier een bewijsstuk hierover op te nemen. Dit borgingsproces noemen we ook wel de beheersmaatregelen. Ook deze beheersmaatregelen dienen bij voorkeur met de Belastingdienst te zijn afgestemd. De kans op verrassingen achteraf, door interpretatieverschillen (bijvoorbeeld wat een te lange opdracht is), wordt dan verkleind. Ook is dan duidelijk welke bewijsvoering nodig is om aan te tonen dat buiten dienstbetrekking gewerkt wordt.

De rol van de intermediair

Vindt de inhuur van ZP'ers plaats via een intermediair dan ligt het risico van een naheffing bij zowel de ZP'ers, de opdrachtgevers als de intermediair, indien er niet gewerkt wordt conform de modelovereenkomst. Wanneer verplichtingen niet worden nagekomen, dan kan de claim op grond van de inlenersaansprakelijkheid bij de opdrachtgever terecht komen. Het is voor ons allemaal van belang dat we een transparante werkwijze hanteren op grond van een werkbare modelovereenkomst inclusief de juiste beheersmaatregelen. Voor de intermediair is het van belang dat opdrachtgevers én ZP'ers zich conformeren aan de nieuwe werkwijze. Immers indien de opdrachtgever en de ZP'er hun arbeidsrelatie zo inrichten dat er toch sprake is van leiding en toezicht, dan heeft dat gevolgen voor de ZP'er, opdrachtgever als de intermediair. Het is de kracht van een gespecialiseerde intermediair om de juiste beheersmaatregelen te treffen, zodat de ZP'er buiten dienstbetrekking zijn werkzaamheden voor de opdrachtgever verricht. Het is aan de intermediair om haar dienstverlening hierop aan te passen.

 

Transparantie en duidelijkheid

Het werken met de Bovib modelovereenkomst geeft vooraf voor zowel de ZP'er, de opdrachtgever als de intermediair transparantie en duidelijkheid (veiligheid). Het is beter om vooraf met elkaar vast te stellen of er wel of geen sprake is van een dienstbetrekking om problemen achteraf te voorkomen. Blijkt er in de praktijk bij het toetsen van de beheersmaatregelen toch een afwijking te zijn dan geldt er een meldplicht.

 

Er is een gezamenlijke inspanningsplicht waarbij ZP'ers, opdrachtgevers en intermediairs aantoonbaar moeten maken dat zij met de implementatie van de wet DBA bezig zijn. Uiteraard ontzorgt Harvey Nash met haar dienstverlening haar relaties waaronder ook ZP'ers. Via nieuwsbrieven, seminars en persoonlijk contact willen wij ervoor zorgen iedereen zo goed als mogelijk op de hoogte te houden. Daarnaast adviseren wij ZP'ers zich goed te laten informeren door onafhankelijke partijen zoals bijvoorbeeld een accountant en/of de Belastingdienst.

 

Vraag & Antwoord

Zowel op onze eigen website als op de website van de Belastingdienst, kunnen de actualiteiten worden gevolgd en is meer informatie terug te vinden:

·         Klik hier om informatie te vinden over de wet DBA op de website van Harvey Nash.

·         Klik hier voor een Q & A over de wet DBA op de website van Harvey Nash.

·         Klik hier om informatie te vinden over de wet DBA op de website van de Belastingdienst.

·         Klik hier voor een Q & A over de wet DBA op de website van de Belastingdienst.



Duidelijk en direct, daar houd ik van!

Blog_letters_Fotolia_78080330_XS.jpg
Als Recruiter bij Harvey Nash bemiddel ik tussen ZZP'ers en eindopdrachtgevers. Ik loop al een tijdje rond met iets dat mij stoort en dat van belang is voor freelancers, dus wil ik dit graag onder de aandacht brengen. 

Ik word regelmatig benaderd door partijen die freelancers aan mij voorstellen voor opdrachten die Harvey Nash heeft openstaan. Wat ik hier kwalijk aan vind, is het feit dat op deze manier extra onnodige schakels in de keten ontstaan die geen waarde toevoegen. Er worden vaak aanzienlijke marges voor gevraagd en bovenal wordt daar vaak ook nog eens erg schimmig over gedaan naar de freelancers. Daarom wil ik een lans breken voor openheid en transparantie in de freelance-markt.

Een belangrijke reden waarom ik graag bij Harvey Nash werk, is omdat van die openheid en transparantie speerpunten zijn gemaakt. Er wordt altijd rechtstreeks aan de eindklant geleverd en ook aan de kandidaatkant zijn er geen extra schakels in de keten. Er is altijd rechtstreeks en persoonlijk contact met de freelancer; de freelancer geeft ook altijd eerst toestemming om voorgesteld te worden voor de betreffende opdracht. Daarnaast wordt er duidelijkheid gecreëerd met betrekking tot de marges die worden gehanteerd. 

De praktijk wijst uit dat niet alle bemiddelaars volgens ditzelfde principe werken.

Laatst had ik een accountmanager op bezoek. Ze werkt voor een partij die mij freelancers wilde verkopen, om ze voor te stellen bij onze eindklant. En ze was verbaasd dat ik dat niet wilde. Volgens haar vonden freelancers het geen enkel probleem om via meerdere schakels aan het werk te gaan. Toen ik haar vroeg wat de marge is die zij rekent, vertelde zij me zonder blikken of blozen dat dat 30% is, maar dat ze in sommige gevallen best zou willen zakken naar 20%.

Ik ben benieuwd wat freelancers daar nu van vinden. Is het echt oké om aan het werk te gaan via meerdere tussenpartijen, die allemaal een stuk(je) marge berekenen en daarmee van het tarief snoepen? 

Tegenwoordig werken de meeste grote opdrachtgevers met intermediairs zoals Harvey Nash, die kandidaten mogen leveren tegen vooraf afgesproken marges. En zo hoort het ook, vind ik.

Hieronder zie je twee vragen die je jezelf kunt stellen:

Wanneer moet je je afvragen of er ketenvorming ontstaat?

Hoe kun je als freelancer voorkomen dat er meer dan één schakel zit tussen jou en de opdrachtgever?

Samenvattend: ik vind dat freelancers het verdienen om door vakmensen begeleid en bemiddeld te worden. Vandaar mijn advies om zelf een kort onderzoekje te doen. Zo vergroot je je kansen op een geslaagde match en vermijd je het risico op teleurstellingen.

Neem bij twijfel gerust contact op!

Mariëlle Boogaard
Manager Recruitment @ Harvey Nash


De wet DBA. Wat te doen?

De wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (wet DBA) is op 2 februari jl. door de Eerste Kamer aangenomen. Dit betekent dat het geen zin meer heeft om nog verder te filosoferen over het nut en de noodzaak van deze wet. Opdrachtgevers, intermediairs en zelfstandige professionals (ZZP'ers) moeten ermee aan de slag. De vraag is wat moeten we doen en wanneer?

Wanneer?
De wet gaat in op 1 mei 2016 en er geldt een implementatiefase van een jaar. In dit jaar zal er een terughoudend handhavingsbeleid zijn en zal de Belastingdienst helpen bij de implementatie. Per 1 mei 2017 geldt de wet onverkort en zal de Belastingdienst (risicogericht) handhaven. Er zit 1 addertje onder het gras: indien bij een controle na 1 mei 2017 blijkt dat een opdrachtgever zijn zaken niet op orde heeft, kan de Belastingdienst naheffen over de periode vanaf 1 mei 2016. Dit risico kan niemand lopen. Het is daarom voor opdrachtgevers zaak om zo snel mogelijk een werkwijze te implementeren op grond van modelovereenkomsten. Staatssecretaris Wiebes spreekt hierbij over een inspanningsverplichting, waarbij opdrachtgevers aantoonbaar moeten maken dat zij met de implementatie van de wet bezig zijn. Concreet zal dat betekenen dat met betrekking tot nieuwe opdrachten voor ZZP'ers op basis van een nieuwe werkwijze gecontracteerd moeten gaan worden. Voor ingehuurde ZZP'ers zal er een transitieplan moeten zijn, waarmee duidelijk wordt wánneer en welke ZZP'ers overgaan op een modelovereenkomst.

Welke modelovereenkomst?
De Belastingdienst heeft op dit moment 26 overeenkomsten op haar website gepubliceerd. Dit zijn individuele overeenkomsten (functie specifiek), branche specifieke voorbeeldovereenkomsten en algemene modelovereenkomsten. De gepubliceerde modelovereenkomsten zijn in onze ogen niet bruikbaar. Dit geldt evident voor de individuele overeenkomsten, tenzij u regelmatig tijdelijk een diskjockey of stralingsdeskundige inhuurt. De branche overeenkomsten richten zich op specifieke branches zoals vervoer, zorg, kunst/cultuur en de bouw. De algemene modelovereenkomsten zijn te algemeen of te vaag. We lichten dit per algemene overeenkomst toe:

Wet aanpak schijnconstructies

Deze wet (de WAS) houdt de gemoederen iets minder bezig. De wet lijkt dan ook niet zo spannend voor bedrijven die zich bezig houden met de inhuur van professionals. De wet heeft namelijk betrekking op nieuwe eisen aan de loonstrook van een werknemer en de verplichting om minimaal het minimumloongedeelte via de bank te betalen (en dus niet contant). Ook mogen er geen verrekeningen met het minimum loon gedaan worden, zoals bijvoorbeeld voor huisvesting, ziektekostenpremies en onkosten. Dit  verbod op verrekening is overigens wel uitgesteld na protest van met name uitzendorganisaties en gaat waarschijnlijk 1 juli 2016 in.

Echter, de WAS heeft ook een ketenaansprakelijkheid voor het loon van ingeleende medewerkers geïntroduceerd. Medewerkers kunnen hiermee achterstallig loon claimen bij partijen in de inhuurketen. De bedoeling van de wet is dan ook de rechtspositie van werknemers te versterken om te borgen dat werknemers eerlijke beloningen ontvangen conform wet- en regelgeving én de van toepassing zijnde cao. Hiermee wordt ook oneerlijke concurrentie tussen bedrijven voorkomen. 

Voor de duidelijkheid, dit betreft een civielrechtelijke ketenaansprakelijkheid, geen fiscale ketenaansprakelijkheid. Het gaat dus om een eventueel geschil tussen een werknemer en een werkgever (eventueel ook tussen een vakbond en de werkgever) en dus niet over claims van de Belastingdienst.

Haalt de wet DBA de eindstreep?

Het zijn spannende tijden voor ZZP'ers, intermediairs en opdrachtgevers. De Wet DBA die de VAR voor ZZP'ers afschaft en een werkwijze introduceert met modelovereenkomsten, creëert veel onrust. Vorige week kopte het Financieel Dagblad nog 'Bedrijven in paniek over ZZP'ers!'. Het leek erop dat deze paniek ook oversloeg op Staatssecretaris Wiebes. Hij miste namelijk de deadline van 11 januari, die de Eerste Kamer had gesteld om belangrijke vragen beantwoord te zien worden. Hierdoor is besloten om het debat van 19 januari uit te stellen naar 26 januari a.s. Het is onbekend of op die dag ook gestemd gaat worden, normaal gesproken is dat een week later. Op de website van de Eerste Kamer staat dan ook dat de eventuele stemmingen zijn voorzien voor 2 februari. Dit betekent dat inwerkingtreding per 1 april a.s. in principe niet meer haalbaar is.

Ook is het maar de vraag of de Eerste Kamer de wet gaat aannemen. D66 en CDA liggen dwars en hebben kritische vragen gesteld. Verrassend is dat de VVD ook een kritische stelling inneemt. Voor ons wat minder verrassend, gezien het gesprek dat de Bovib recent heeft gehad met een VVD senator, die betrokken is bij dit dossier. De genoemde partijen zijn van mening dat het afschaffen van de VAR zoveel onzekerheden voor de arbeidsmarkt met zich meebrengt, dat de wet meer kwaad dan goed doet. De wet is in hun ogen geen effectief middel om schijnzelfstandigheid aan te pakken. In plaats daarvan zou er meer ingezet moeten worden op handhaving door de Belastingdienst. Ook de urgente noodzaak om de VAR te vervangen door modelovereenkomsten  is niet duidelijk. Het lijkt de kritikasters uit de Eerste Kamer verstandiger om eerst aan de hand van de conclusies van het interdepartementaal beleidsonderzoek ZZP (IBO-ZZP) een broodnodige fundamentele herbezinning op de inrichting van de arbeidsmarkt te laten plaatsvinden.