Nederland Blog

Harvey Nash schrijft over actualiteiten en ontwikkelingen

Vanuit zelfstandigheid naar loondienst

Naar verwachting zal een groep ZP-ers niet meer voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de wet DBA. Dit omdat er geen sprake is van een concreet begin en eind van de opdracht, te veel leiding en toezicht vanuit de opdrachtgever of omdat men simpelweg te lang in contract is. In dergelijke gevallen kan het wenselijk zijn dat de ZP-er de werkzaamheden toch voortzet, maar dan vanuit een loondienstverband. Dit kan een dienstverband zijn bij de opdrachtgever, bij Harvey Nash of bij een derde. Het is wel verstandig hier zorgvuldig mee om te gaan, omdat er een risico aan vast kan zitten. Dit risico is gebaseerd op de vraag of de duur van de bij de opdrachtgever vanuit zelfstandigheid verrichte werkzaamheden meetellen als opgebouwd arbeidsverleden ten aanzien van de nieuwe arbeidsovereenkomst. Oftewel telt dit arbeidsverleden mee zodat er niet sprake is van een tijdelijke arbeidsovereenkomst maar van een vast contract en wat zijn de opgebouwde rechten op transitievergoeding, vakantiegeld/vakantiedagen en pensioen?

Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Primair geldt dat de duur van de overeenkomst van opdracht met een ZP-er niet meetelt. Echter indien achteraf blijkt dat deze overeenkomst feitelijk een arbeidsovereenkomst was, dan zou een rechter daar anders naar kunnen kijken. Per ZP-er zal op basis van de individuele feiten en omstandigheden beoordeeld moeten worden of het arbeidsverleden meetelt. Omdat Harvey Nash op basis van haar DBA-Scan deze feiten en omstandigheden beoordeeld, wordt duidelijk of:
1. Er sprake is van echte dienstbetrekking (op basis van de feiten en omstandigheden m.b.t. vrije vervangbaarheid en de gezagsverhouding).
2. Er sprake is van een fictieve dienstbetrekking o.g.v. tussenkomst (op basis van de feiten en omstandigheden die bepalen of er wel/geen sprake is van langdurige economische afhankelijkheid).

Indien uit onze beoordeling volgt dat situatie 1 van toepassing, is het voor Harvey Nash te risicovol om een arbeidsovereenkomst aan te gaan met de professional. Argument hierbij is dat de feiten en omstandigheden vóór de inwerktreding van de Wet DBA niet anders zijn dan na inwerktreding van de Wet DBA. Oftewel als we nu bepalen dat er sprake is van gezag en persoonlijke arbeid, dan is dat daarvoor (waarschijnlijk) ook altijd zo geweest.

Indien uit onze beoordeling volgt dat situatie 1 niet van toepassing is, maar situatie 2 wel, dan is er naar mening van Harvey Nash sprake van een nieuw feit. Het gaat er dan met name om dat de werkzaamheden te lang hebben geduurd om te kunnen spreken van ondernemerschap (langdurige economische afhankelijkheid). In dit soort situaties vindt Harvey Nash het risico acceptabel om een arbeidsovereenkomst aan te gaan. Wel dienen hierover afspraken te worden gemaakt met de opdrachtgevers. De vraag die dan nog overblijft is of de ZP-er het zelf ziet zitten om vanuit een loondienstverband te werken.