Nederland Blog

Harvey Nash schrijft over actualiteiten en ontwikkelingen

Modelovereenkomsten

Na jaren van onzekerheid was het dan in juni eindelijk zover: de Tweede Kamer zette een definitieve stap om tot afschaffing van de VAR te komen via de wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (wet DBA). Met het aannemen van deze wet ging een wens van de overheid in vervulling om schijnzelfstandigheid aan te pakken en de risico's rond inhuur evenwichtiger te verdelen tussen de zzp'er en de opdrachtgever. De Eerste Kamer buigt zich nu over het wetsvoorstel en de verwachting is dat het voorstel in oktober wordt aangenomen.

 

De vraag is echter of met de wet DBA alle problemen zijn opgelost. Door de afschaffing van de VAR moet er volledig teruggevallen worden op de Wet op de Loonbelasting uit 1964. Hierin wordt geregeld dat indien er sprake is van loonbetaling, persoonlijke arbeid en een gezagsverhouding tussen de opdrachtgever en opdrachtnemer, er ook sprake is van een dienstverband. In de decennia vóór het VAR-tijdperk (dus vóór 2005) zijn er veel uitspraken geweest over de gezagsverhouding (leiding en toezicht), maar deze zijn lastig te generaliseren. Het is duidelijk dat de achterhaalde wetgeving inclusief de jurisprudentie niet aansluiten op de maatschappelijke vraag naar flexibilisering van de arbeidsmarkt.

 

Volgens de politiek moeten modelovereenkomsten de oplossing geven. Indien uit de modelovereenkomsten blijkt dat er geen gezagsverhouding is, dan kan de zzp'er blijven factureren aan zijn opdrachtgever en is deze gevrijwaard van het inhouden en afdragen van loonbelasting en sociale premies. Uiteraard geldt deze vrijwaring alleen als de feiten en omstandigheden gedurende de looptijd van het contract niet afwijken van wat in de modelovereenkomst staat. 

Voor intermediairs bestaat ook nog het probleem van de fictieve dienstbetrekking op grond van de zogenaamde tussenkomstbepaling. Indien een zzp'er werkt via een intermediair (of andere tussenkomstpartij), is er sprake van een dienstverband met deze intermediair, tenzij aangetoond kan worden dat de zzp'er echt zelfstandig is. Maar hoe stelt een intermediair, na afschaffing van de VAR,  vast of er sprake is van de inzet van een zelfstandige? 

De politiek heeft de Belastingdienst, als uitvoeringsorgaan, weinig richting meegegeven. Dit blijkt ook uit de gesprekken in de klankbordgroep implementatie modelovereenkomsten. De branche-organisatie voor intermediairs en brokers (Bovib) is betrokken bij deze overleggen tussen de Belastingdienst en diverse belangenverenigingen. De Belastingdienst heeft duidelijk moeite met het implementeren van de door de politiek aangereikte oplossing van de modelovereenkomsten. Het was de bedoeling dat er vóór 1 oktober een aantal modelovereenkomsten op de site van de Belastingdienst zouden worden gepubliceerd en dat er in totaal ongeveer 40 modelovereenkomsten voor alle verschillende sectoren beschikbaar zouden moeten komen.

Tot nu toe heeft de Belastingdienst, na aanname van de wet DBA, nog geen enkele modelovereenkomst goedgekeurd. Dit wordt mede veroorzaakt door de geëiste mate van gedetailleerdheid van het contract en de toelichting over de werkomstandigheden die door de Belastingdienst wordt geëist. Onlangs is gebleken dat door deze houding van de Belastingdienst voor sommige sectoren meer dan 20 verschillende modelovereenkomsten noodzakelijk zouden zijn (functies en/of functiegroepen per sector). Dit staat in schril contrast met het toegezegde totaal aantal van 40 modelovereenkomsten. Indien er niet een beperkt aantal modelovereenkomsten generiek van toepassing kan zijn, dan houdt dit voor de opdrachtgever een verzwaring van de administratieve lasten in. Daarnaast is er dan een sterk verhoogd risico dat niet voldoende volgens de details van de modelovereenkomst gewerkt wordt en er dus alsnog loonbelasting en premies verschuldigd kunnen zijn en nageheven kunnen worden. Zowel de top van de Belastingdienst als VNO-NCW vindt de voortgang rond de implementatie zorgelijk en hierover vindt binnenkort tussen beide partijen overleg plaats.

Op verzoek van de brancheorganisaties Bovib, NBBU en ABU, én van VNO-NCW, loopt er een apart overleg met de Belastingdienst over de vraag hoe om te gaan met het vaststellen van de zelfstandigheid van de zzp'ers om een fictief dienstverband te voorkomen. Tot 4 september 2015 waren de intermediairs in de veronderstelling dat aansluiting gevonden kon worden bij het in januari 2015 goedgekeurde modelcontract voor tussenkomst in de zorg. Tijdens een overleg met de brancheorganisaties, VNO-NCW en de Belastingdienst bleek echter dat dit modelcontract volgend jaar niet meer voldoet en dus geen basis geeft voor modelcontracten met tussenkomst. Volgens VNO-NCW zijn de afspraken met het ministerie van Financiën zo gemaakt dat geen enkele branche zou worden uitgesloten van de mogelijkheid van vrijwaring. Een oplossing voor het tussenkomstprobleem moet er dus komen.

De oplossingsrichting die de Belastingdienst aandraagt is een Tax Control Framework (TCF). Dit houdt in dat de intermediair een aantal beheersmaatregelen moet instellen om de zelfstandigheid van zzp'ers vast te stellen. Dit TCF zou dan door de Belastingdienst moeten worden beoordeeld en indien dit voldoet zou de Belastingdienst "soepel" omgaan met eventuele "fouten". Van absolute vrijwaring kan echter geen sprake zijn. Uiteraard eisen de brancheorganisaties om net zo behandeld te worden als wanneer een modelovereenkomst met een opdrachtgever zonder tussenkomst wordt afgesloten (gelijke risico's en gelijke kosten). Ook hier geldt dat de richting die de Belastingdienst geeft over hoe zo'n TCF eruit moet zien, nog uitermate summier is.

Ook probeert Harvey Nash zelf binnen het convenant horizontaal toezicht (HT) afspraken te maken met de eigen inspecteur bij de Belastingdienst over een modelovereenkomst en een TCF.

Omdat het er alleszins op lijkt dat de Belastingdienst de modelovereenkomsten anders implementeert dan dat door de staatssecretaris is toegezegd, zijn de drie brancheorganisaties een lobby begonnen richting de Eerste Kamer. Deze lobby richt zich inhoudelijk op de problemen rond de implementatie en tussenkomst, maar roept ook op tot uitstel van de implementatie tot er een algemeen geaccepteerde oplossing is. Los van het tussenkomstprobleem geldt dat, indien de Eerste Kamer in oktober instemt met het wetsvoorstel, er nog minder dan 3 maanden resten om de risico's van alle contracten (leiding en toezicht) te evalueren en om de contracten om te zetten in modelcontracten of andere oplossingen te zoeken. Dit terwijl de risico's nog niet gedefinieerd zijn (hoe moet leiding en toezicht in verschillende situaties gedefinieerd worden?) en de oplossing in de vorm van de modelcontracten nog niet uitontwikkeld is.

Samenvattend kunnen we stellen dat de implementatie van de modelovereenkomsten veel gecompliceerder blijkt te zijn dan juni dit jaar werd verwacht. Het is te hopen dat de staatssecretaris kwaliteit stelt boven snelheid en ervoor kiest om de inwerkingstelling van de wet DBA uit te stellen.